toptriatleet

Bronnen

Elke set, drill en methodische keuze in dit systeem verwijst naar een bron uit deze lijst. Kom je ergens in de app een verwijzing tegen, dan kun je erop klikken en beland je hieronder bij de onderbouwing.

22 bronnen. De statuscode zegt hoe hard het bewijs is: PEER peer-reviewed onderzoek · FED federatie of opleidingsorganisatie · COACH gerespecteerde coach · PRAKTIJK praktijkconventie, breed gedragen maar niet experimenteel onderbouwd.

A. Intensiteitsbepaling: Critical Swim Speed (CSS)

B01 Wakayoshi e.a. / Dekerle e.a.: validiteit en betrouwbaarheid van critical speedPEER

Kern: Critical speed afgeleid uit een 200m- en 400m-tijdrit is een betrouwbare maat. Typische meetfout ≤ 0,04 m·s⁻¹, variatiecoëfficiënt < 4%, en dat geldt voor alle vier de slagen. De 30-minutentest (V30) verschilt niet significant van de CSS uit 200/400, al overschat V30 met circa 3,2%.

Toepassing in dit systeem: rechtvaardigt dat wij de 200/400-testset gebruiken als basis voor alle rusttijden en tempo's, in plaats van 30-minutentests of lactaatmetingen die aan de badrand niet haalbaar zijn.

Kanttekening: de anaerobe capaciteit (D′) die uit dezelfde test rolt, is níét betrouwbaar gebleken. Wij gebruiken daarom alleen de CSS-waarde, nooit D′.

Lezen:Validity and reliability of critical speed, critical stroke rate, and anaerobic capacity in relation to front crawl swimming performances (PubMed 11842355)

B02 Stroke-specific critical speed testing: haalbaarheid versus rigueurPEER

Kern: Een derde afstand (800m) toevoegen zou de validiteit van critical speed verhogen, maar is voor borstcrawl en rugslag wél en voor vlinderslag niet acceptabel voor zwemmers. Het tweepuntsprotocol is het praktische compromis.

Toepassing: wij blijven bij twee afstanden (200 + 400) en accepteren de beperking expliciet in plaats van hem te verzwijgen.

Lezen:Stroke-Specific Swimming Critical Speed Testing: Balancing Feasibility and Scientific Rigour (PMC10875687)

B03 CSS-berekening en trainingszonesCOACH

Kern: CSS per 100m = (T400 − T200) ÷ 2, met beide tijden in seconden, afgezwommen in dezelfde sessie met circa 5 minuten actief herstel ertussen. CSS correspondeert grofweg met de pace die ongeveer 30 minuten vol te houden is, rond 4 mmol/L lactaat. Afgeleide zones ten opzichte van CSS:

  • Drempel / threshold: CSS ± 0-2 sec per 100m
  • Duur / aeroob: CSS + 5 tot + 10 sec per 100m
  • VO2max / snelheid: CSS − 3 tot − 6 sec per 100m
  • Herstel: CSS + 12 sec of langzamer

Rekenvoorbeeld: 400m in 6:20 (380 s), 200m in 3:00 (180 s) → (380 − 180) ÷ 2 = 100 s → CSS = 1:40 per 100m.

Toepassing: dit is de rekenkern van de testprotocol-calculator in de app.

Lezen:TrainingPeaks: How to Use Critical Swim Speed TrainingTopend Sports, Critical Swim Speed testMyProCoach, CSS calculator en zones

B. Intensiteitsverdeling over het jaar

B04 Seiler: verdeling van trainingsintensiteit bij duursportersPEER

Kern: Stephen Seiler (Universiteit van Agder) beschreef als eerste systematisch hoe elite-duursporters hun intensiteit verdelen. Het waargenomen patroon is ongeveer 80% lage intensiteit tegenover 20% hoge intensiteit; preciezer uitgesplitst circa 70-75% laag, 0-5% matig, 15-20% hoog. Belangrijk: Seiler ontwierp geen theorie, hij beschreef wat succesvolle sporters al deden.

Toepassing: bepaalt de verhouding rustig/hard binnen elk blok van ons jaarplan, en verklaart waarom de zondagsessie structureel de rustige lange sessie is.

Lezen:Seiler & Tønnessen: What is Best Practice for Training Intensity and Duration Distribution in Endurance Athletes? IJSPP 5(3), 2010Training intensity distribution among well-trained and elite endurance athletes (PMC4621419)

B05 Gepolariseerde training: systematische review VO2max en arbeidseconomiePEER

Kern: Een gepolariseerde intensiteitsverdeling is op de korte termijn effectief voor het verbeteren van VO2max, VO2peak en arbeidseconomie bij duursporters.

Kanttekening die wij expliciet meenemen: 80/20 is een *populatie-optimum*, geen individuele voorschrift. Voor de meeste sporters het beste, niet voor iedereen. De trainersbot moet dit noemen wanneer een trainer vraagt of iemand meer intensiteit aankan.

Lezen:The Effect of Polarized Training Intensity Distribution on VO2max and Work Economy: A Systematic Review (PMC11679080)80/20 Endurance, All About (Intensity) Balance

C. Periodisering en tapering

B06 Tapering: meta-analysePEER

Kern: De optimale taper is een periode van ongeveer 2 weken (8 tot 14 dagen) waarin het trainingsvolume progressief, bij voorkeur exponentieel, met 41 tot 60% wordt verlaagd, zonder de intensiteit of de frequentie aan te passen. Volumereductie zonder behoud van intensiteit is aanzienlijk minder effectief. Recenter werk laat ruimte tot maximaal 21 dagen.

Toepassing: het taperblok in het zomerdeel van ons jaarplan verlaagt afstanden, maar houdt de hoofdset-intensiteit en het aantal sessies per week gelijk. Dit is een van de meest gemaakte fouten in amateurschema's en de bots moeten er expliciet op corrigeren.

Lezen:Bosquet e.a.: Effects of tapering on performance: a meta-analysis (PubMed 17762369)Effects of tapering on performance in endurance athletes: systematic review and meta-analysis (PMC10171681)Optimizing performance and mood state in competitive swimmers through tapering strategies (PMC10844491)

B07 Periodiseringsfasen in triatlonCOACH / PRAKTIJK

Kern: Een macrocyclus wordt onderverdeeld in voorbereiding, basis, opbouw, piek en taper. In de basisfase ligt de nadruk op aerobe basis en op techniek/drills, omdat dat het moment is om bewegingspatronen in te slijpen. De opbouwfase is doorgaans het langst, met progressieve overload waarbij trainingen steeds racespecifieker en minder algemeen worden. De piekfase richt zich op één of twee hoofdwedstrijden.

Toepassing: onderbouwt onze zesfasen-indeling en de keuze om september-oktober als techniekfase te gebruiken in plaats van meteen volume op te bouwen.

Lezen:Triathlete: How to Use Periodization in Your Triathlon Training PlanU.S. Masters Swimming, How to Build a Triathlon Training PlanMyProCoach, Periodization & Training Phases

B08 Elite-zwemmers: trainingspatronen in de 25 weken voor de seizoensbeste prestatiePEER

Kern: Cohortanalyse over 20 jaar naar hoe elite-zwemmers hun laatste 25 weken opbouwen richting hun beste prestatie van het seizoen.

Toepassing: referentie voor de vorm van de opbouwcurve richting het zomerblok; wij schalen de principes, niet de volumes, want elite traint 9-11 keer per week en onze leden twee keer.

Lezen:Frontiers in Physiology: Elite Swimmers' Training Patterns in the 25 Weeks Prior to Their Season's Best Performances

D. Trainingsfrequentie: de kernbeperking van deze club

B09 Frequentie, reversibiliteit en behoud van adaptatiePEER / COACH

Kern: Zwemmen is gevoelig voor het principe van reversibiliteit: onderbrekingen kosten relatief snel rendement, en frequentie telt in het water zwaarder dan in veel andere duursporten. Tegelijk laat onderzoek naar gereduceerde trainingsfrequentie zien dat adaptaties grotendeels behouden blijven wanneer intensiteit en volume per sessie op peil blijven, zelfs bij een frequentiereductie van 50-75%.

Toepassing: dit is bepalend voor het hele ontwerp: met twee clubsessies per week kunnen wij niet op frequentie sturen. Daarom is elke sessie hoog-renderend ingericht (geen verspilde meters), staat er per week een optioneel derde solo-schema bij voor wie meer wil, en accepteren we bewust dat de progressie langzamer verloopt dan in een schema van 3-4 keer per week. De bots mogen nooit suggereren dat 2x per week gelijkstaat aan een programma met hogere frequentie.

Lezen:U.S. Masters Swimming: How to Build a Triathlon Training PlanEffect of Different Reduced Training Frequencies after 12 Weeks of Concurrent Training (PMC11280775)

E. Techniek: slagfouten en correcties

B10 Swim Smooth: Swim Types classificatieCOACH

Kern: Zes stroke types met elk een eigen correctieroute: Arnie (veel kracht, weinig controle, ligt laag in het water), Bambino (onzeker, zichtbaar in de ademhaling, mist ritme), Kicktastic (dominante beenslag, gebrekkige catch en watergevoel), Overglider (overdrijft slaglengte, te lange glijfase), Swinger (weinig rotatie, armen zwaaien om het lichaam heen), Smooth (efficiënt, goede rotatie, hoge elleboog). De methodiek van Swim Smooth wordt gebruikt binnen onder meer World Aquatics, Triathlon Australia en British Swimming.

Toepassing: vormt de basis van de persoonlijke profielen. Trainers klasseren een zwemmer op type, en de AI stelt daar de correctie-drills bij voor. Dit is precies het mechanisme dat maakt dat persoonlijke adviezen uit een vaste matrix komen in plaats van vrij gegenereerd worden.

Lezen:Swim Smooth: Swim Types: Nearly 20 Years OnScientific Triathlon EP#188, Swim Types and Fault Fixers met Paul NewsomeWorld Open Water Swimming Association, Swimming Smooth with Paul Newsome

B11 Crossover bij de instapFED / COACH

Kern: De hand mag bij de instap de denkbeeldige middellijn van het lichaam niet kruisen. Crossover belast het schoudergewricht zwaar en zorgt dat het lichaam gaat slingeren, wat de weerstand vergroot. Het veroorzaakt bovendien balansverlies, waardoor de zwemmer overrotereert en de benen een schaarbeweging maken om te stabiliseren, wat de weerstand nog verder opvoert.

Correctie: zijligging-beenslag (side kick), bij voorkeur met vinnen voor steun en lichte voortstuwing, zodat de zwemmer zich op de positie van de leidende arm kan concentreren.

Lezen:USA Triathlon: 10 Common Freestyle Swim Mistakes and How to Correct Them220 Triathlon, 3 common freestyle swim technique faults explained

B12 Dropped elbow / lage elleboog in de catchFED / COACH

Kern: De elleboog zakt weg nadat de hand het water in gaat, terwijl de elleboog hoog moet blijven en de vingertoppen omlaag moeten wijzen, het beeld van "over een liggend vat heen reiken". Deze fout kost meer snelheid dan welke andere slagfout dan ook.

Correctie: vuistzwemmen (closed fist), enkelarmig zwemmen, sculling, en pull buoy met bewuste vertraging van de catch.

Lezen:USA Triathlon: 10 Common Freestyle Swim MistakesActive.com, Common Freestyle Flaws and How to Fix ThemU.S. Masters Swimming, Trouble Areas in Freestyle and Backstroke

B13 Hoofdpositie en passieve weerstandPEER

Kern: De hoofdpositie is het eerste punt waar de vorm van de zwemmer wezenlijk verandert in een gestrekte glijpositie. Ten opzichte van een hoofd-omhoog positie levert een hoofd-omlaag of uitgelijnde positie een reductie van 4 tot 5,2% in gemiddelde passieve weerstand bij alle snelheden, met de armen langs het lichaam. Met de armen boven het hoofd loopt die reductie op tot 10,4 - 10,9%.

Praktische nuance: te ver omhoog kijken laat de heupen zakken en verhoogt de weerstand; te ver omlaag kijken geeft nekspanning en laat de benen achterblijven. Het doel is een horizontale, uitgebalanceerde lijn met hoge heupen en een stabiel hoofd.

Toepassing: onderbouwt waarom waterpositie in fase 1 (sep-okt) vóór alle andere techniekthema's komt. Weerstand verlagen levert bij onze doelgroep meer op dan voortstuwing verhogen.

Lezen:Effect of The Swimmer's Head Position on Passive Drag (PMC4723180)

B14 Slagfrequentie versus slaglengtePEER

Kern: Zwemsnelheid is het product van slaglengte en slagfrequentie, die doorgaans negatief samenhangen, meer van het één gaat ten koste van het ander. Er bestaan optimale combinaties: in onderzoek circa 0,80 Hz met 2,20 m slaglengte bij mannen (1,75 m/s) en 0,80 Hz met 1,90 m bij vrouwen (1,56 m/s). Slagfrequentie hangt samen met neuromusculair vermogen, slaglengte met krachtproductie en het vermogen die kracht effectief op het water over te brengen. In vrijwel alle onderdelen halen finalisten een grotere afstand per slag dan tragere zwemmers.

Kanttekening: een profiel dat werkt op 25-50m is minder gunstig over langere afstanden. Voor onze doelafstanden (1500-3800m) telt slaglengte-efficiëntie zwaarder dan piekfrequentie.

Toepassing: rechtvaardigt de slagentelling als vaste meetwaarde in het jaarplan, en waarschuwt tegen het eenzijdig najagen van een lage slagentelling, dat is precies de Overglider-valkuil uit [B10].

Lezen:Understanding the Role of Propulsion in the Prediction of Front-Crawl Swimming Velocity (PMC9094697)Stroke rate-stroke length dynamics in elite freestyle swimming (Frontiers 2025)

B15 Ademhaling: bilateraal versus unilateraalPEER / COACH

Kern: Bilateraal ademen (om de 3 slagen, wisselend van kant) bevordert een symmetrische slag en maakt rechtuit zwemmen in open water eenvoudiger. Zwemmers die uitsluitend naar één kant ademen ontwikkelen vaker schouder- en nekklachten, samenhangend met slechtere houding en eenzijdige belasting. Onderzoek naar heuprotatie bevestigt dat unilateraal ademen rotatie-asymmetrie veroorzaakt.

Nuance: unilateraal ademen heeft wel degelijk zijn plaats, met name bij sprinten en in ruw open water. De praktische conclusie is beheersing van beide, zodat de zwemmer kan schakelen bij zon in de ogen of golfslag van één kant.

Toepassing: bilateraal ademen is een trainingsdoel in de winterfasen, geen dogma in het wedstrijdblok. De bots moeten deze nuance actief maken in plaats van "altijd bilateraal" te roepen.

Lezen:The Effect of Breathing Laterality on Hip Roll Kinematics in Submaximal Front Crawl Swimming (PMC8950838)TrainingPeaks, Is Bilateral Breathing Essential For Triathletes?Swim Smooth, Breathe Your Way to Your Best Swim

F. Openwatervaardigheden in het 25m bad

B16 Sighting, drafting en starts oefenen in het zwembadFED / COACH

Kern:

  • Sighting: oefen om de 5 tot 7 slagen tijdens langere sets, met een vast object (bijvoorbeeld een boei of pion aan het baaneinde) om op te richten. De `head up polo`-drill went aan de veranderde lichaamspositie bij het optillen van het hoofd.
  • Drafting: start met 2 tot 3 seconden tussenruimte vanaf de kant en zwem in een strakke lijn, herhalingen van 100m op comfortabel tempo met ruime rust. Op 50 cm achter een andere zwemmer daalt de weerstandscoëfficiënt met circa 21%.
  • Massastart: dieptestarts en zwemmen in een dichte groep bewust oefenen.

Toepassing: dit is de kern van fase 5 (mei-juni). Omdat de club niet in open water traint, moeten deze vaardigheden volledig in het 25m bad worden gedekt. Wij benoemen expliciet dat bad-oefening geen volledige vervanging is van echt open water.

Lezen:USA Triathlon: Practice for Open Water Swimming in the PoolTriathlete, A Triathlete's Guide to Preparing for Open Water in the PoolTri247, Jonny Brownlee on winter pool drills for open water

B20 Vermogenszones en FTP op de fietsCOACH

Kern: De Functional Threshold Power is het hoogste vermogen dat ongeveer een uur is vol te houden, en wordt in de praktijk geschat als 95% van het gemiddelde vermogen over een tijdrit van 20 minuten, of 75% van het hoogste minuutvermogen uit een oplopende test. De zones eromheen lopen van herstel (onder 55% FTP) tot neuromusculair (boven 120%). Bron: Allen & Coggan, *Training and Racing with a Power Meter*.

Toepassing: de fietszones in lib/sporten.ts, de FTP-test op /zones en het wedstrijdvermogen per afstand. Ook de reden dat we vermogen boven hartslag stellen: hartslag loopt achter op de inspanning en is gevoelig voor warmte, slaap en cafeine.

B21 Drempeltempo en drempelhartslag bij hardlopenCOACH

Kern: Het drempeltempo wordt bepaald met een tijdrit van 30 minuten, waarbij het gemiddelde tempo en de gemiddelde hartslag over de laatste 20 minuten gelden als drempelwaarde. Een test die korter duurt meet eerder de zuurstofopname dan de drempel en valt te snel uit. Drempelintervallen van 6 tot 12 minuten met korte rust zijn de meest gebruikte vorm om die drempel te verschuiven. Bron: Friel, *The Triathlete's Training Bible*; Daniels, *Daniels' Running Formula*.

Toepassing: de looptempo's in lib/sporten.ts, het testprotocol op /zones en de drempelintervallen in content/sessiepatronen.json.

B22 Koolhydraatinname tijdens langdurige inspanningCOACH

Kern: Bij inspanning langer dan ongeveer twee en een half uur ligt de aanbevolen inname rond 60 tot 90 gram koolhydraten per uur, waarbij boven de 60 gram een combinatie van glucose en fructose nodig is omdat een enkele suiker de opnamecapaciteit van de darm overschrijdt. De maag moet daar net zo goed op getraind worden als de benen.

Toepassing: de instructie bij de lange rit en de lange wisseltraining. Dit is bewust algemeen gehouden: het systeem geeft geen individueel voedingsadvies, alleen de reden om het op training te oefenen in plaats van op de wedstrijddag.

G. Blessurepreventie

B17 Schouderklachten bij zwemmers: prevalentie en risicofactorenPEER

Kern: Schouderklachten komen zeer veel voor: prevalentie van 23-51% bij mannen en 33-41% bij vrouwen onder wedstrijdzwemmers. Trainingsvolume is de enige risicofactor die door het huidige bewijs consistent ondersteund wordt.

Paddles: regelmatig gebruik van handpaddles hing samen met een significant hoger percentage overbelastingsblessures, 24% tegenover 10%, en zwemmers rapporteerden dat paddles bestaande pijn verergerden.

Toepassing: dit begrenst het jaarplan hard:

  • Paddles komen niet voor in fase 1 en 2, worden vanaf fase 3 geleidelijk geïntroduceerd, en zijn nooit verplicht.
  • Paddlegebruik blijft beperkt tot een klein deel van het sessievolume, altijd op korte afstanden en nooit in combinatie met een volumepiek.
  • Groep 1 en 2 gebruiken geen paddles.
  • Volumesprongen tussen weken worden begrensd; de 3:1-herstelstructuur is mede hierop gebaseerd.
  • De trainersbot moet bij elke vraag over paddles of volumeverhoging dit risico noemen.

Lezen:McKenzie e.a.: Shoulder pain and injury risk factors in competitive swimmers: A systematic review, Scand J Med Sci Sports 2023Swim-Training Volume and Shoulder Pain Across the Life Span of the Competitive Swimmer: A Systematic Review (PMC6961642)Risk factors for acute injuries and overuse syndromes of the shoulder in amateur triathletes (PMC5983428)

H. Sessieopbouw en doelgroep

B18 Warming-upPEER

Kern: De intensiteit van de warming-up beïnvloedt de prestatie sterker dan de duur alleen. Een typische wedstrijd-warming-up beslaat 1300-2100m: 400-1000m rustig continu, dan slagdrills en oplopende intensiteit, afgesloten met enkele inspanningen op wedstrijdtempo. De optimale pauze tussen warming-up en inspanning ligt tussen 5 en 15-20 minuten; een korte transitie is duidelijk beter dan een lange (1,1-1,5% snellere tijdritten).

Toepassing: belangrijke aanpassing voor onze situatie: die 1300-2100m is een wedstrijdprotocol en past niet in een sessie van 60 minuten. Wij schalen naar 300-500m, maar nemen het werkzame principe wél over: oplopende intensiteit en enkele korte versnellingen op tempo aan het eind, in plaats van alleen rustig inzwemmen. Bij testsets is de korte transitie naar de tijdrit expliciet voorgeschreven.

Lezen:Influence of post-warm-up recovery time on swim performance in international swimmers (ScienceDirect)Swimming performance, physiology, and PAPE following dryland transition phase warmup: a systematic review (PMC9387820)

B19 Masters-sporters: herstel en belastbaarheidPEER / COACH

Kern: Oudere sporters ervaren doorgaans meer spierschade en herstellen langzamer na intensieve inspanning. Tegelijk laten longitudinale gegevens zien dat de daling in VO2max sterk samenhangt met verandering in trainingsvolume, 54% van de variantie bij mannen en 39% bij vrouwen werd verklaard door volumeverandering, niet door leeftijd op zichzelf. Sporters met een lange trainingshistorie hebben nieuwe prikkels nodig om te blijven adapteren; gepolariseerde training, korte hoogintensieve intervallen en krachtwerk leveren die prikkel.

Toepassing: onze ledengroep is vermoedelijk grotendeels masters. Daarom: minimaal 72 uur tussen twee zware sessies (donderdag-zondag voldoet daar ruim aan), de herstelweek in de 3:1-structuur is niet optioneel, en het advies bij ouder worden is volume vasthouden in plaats van intensiteit schrappen.

Lezen:The Impact of Training on the Loss of Cardiorespiratory Fitness in Aging Masters Endurance Athletes (PMC9517884)Master Athletes Are Extending the Limits of Human Endurance (PubMed 28018241)HIIT Science, Masters Athlete Training met Prof. Peter Reaburn & Prof. Paul Laursen

F. Fietsen en hardlopen

B16 Sighting, drafting en starts oefenen in het zwembadFED / COACH

Kern:

  • Sighting: oefen om de 5 tot 7 slagen tijdens langere sets, met een vast object (bijvoorbeeld een boei of pion aan het baaneinde) om op te richten. De `head up polo`-drill went aan de veranderde lichaamspositie bij het optillen van het hoofd.
  • Drafting: start met 2 tot 3 seconden tussenruimte vanaf de kant en zwem in een strakke lijn, herhalingen van 100m op comfortabel tempo met ruime rust. Op 50 cm achter een andere zwemmer daalt de weerstandscoëfficiënt met circa 21%.
  • Massastart: dieptestarts en zwemmen in een dichte groep bewust oefenen.

Toepassing: dit is de kern van fase 5 (mei-juni). Omdat de club niet in open water traint, moeten deze vaardigheden volledig in het 25m bad worden gedekt. Wij benoemen expliciet dat bad-oefening geen volledige vervanging is van echt open water.

Lezen:USA Triathlon: Practice for Open Water Swimming in the PoolTriathlete, A Triathlete's Guide to Preparing for Open Water in the PoolTri247, Jonny Brownlee on winter pool drills for open water

B20 Vermogenszones en FTP op de fietsCOACH

Kern: De Functional Threshold Power is het hoogste vermogen dat ongeveer een uur is vol te houden, en wordt in de praktijk geschat als 95% van het gemiddelde vermogen over een tijdrit van 20 minuten, of 75% van het hoogste minuutvermogen uit een oplopende test. De zones eromheen lopen van herstel (onder 55% FTP) tot neuromusculair (boven 120%). Bron: Allen & Coggan, *Training and Racing with a Power Meter*.

Toepassing: de fietszones in lib/sporten.ts, de FTP-test op /zones en het wedstrijdvermogen per afstand. Ook de reden dat we vermogen boven hartslag stellen: hartslag loopt achter op de inspanning en is gevoelig voor warmte, slaap en cafeine.

B21 Drempeltempo en drempelhartslag bij hardlopenCOACH

Kern: Het drempeltempo wordt bepaald met een tijdrit van 30 minuten, waarbij het gemiddelde tempo en de gemiddelde hartslag over de laatste 20 minuten gelden als drempelwaarde. Een test die korter duurt meet eerder de zuurstofopname dan de drempel en valt te snel uit. Drempelintervallen van 6 tot 12 minuten met korte rust zijn de meest gebruikte vorm om die drempel te verschuiven. Bron: Friel, *The Triathlete's Training Bible*; Daniels, *Daniels' Running Formula*.

Toepassing: de looptempo's in lib/sporten.ts, het testprotocol op /zones en de drempelintervallen in content/sessiepatronen.json.

B22 Koolhydraatinname tijdens langdurige inspanningCOACH

Kern: Bij inspanning langer dan ongeveer twee en een half uur ligt de aanbevolen inname rond 60 tot 90 gram koolhydraten per uur, waarbij boven de 60 gram een combinatie van glucose en fructose nodig is omdat een enkele suiker de opnamecapaciteit van de darm overschrijdt. De maag moet daar net zo goed op getraind worden als de benen.

Toepassing: de instructie bij de lange rit en de lange wisseltraining. Dit is bewust algemeen gehouden: het systeem geeft geen individueel voedingsadvies, alleen de reden om het op training te oefenen in plaats van op de wedstrijddag.

Wat de bots nooit doen

Ongeacht wat er in deze lijst staat, geven de bots geen medisch advies of blessurediagnose, geen individuele voedings- of supplementenadviezen, en geen uitspraken over andere leden aan een lid. Bij pijnklachten: naar de fysiotherapeut of arts.

toptriatleet.nl · elke set in dit plan is herleidbaar naar een onderbouwde bron. Bronnen · Privacy · Website