toptriatleet

Week 10 van 52 · Aerobe basis

Aerobe basis: slaglengte vasthouden bij oplopende afstand

Afdrukblad voor de badrand : alle vier de groepen op één A4

Past op één A4. Zet in het printvenster de schaal op 100%.

Drempelkennismaking

2375 m · ca. 50 min

Waarom deze training

Fase 2 van 6 · Aerobe basis · november en december · week 10 van 52

Je zit in fase 2 van 6: Aerobe basis (november en december). Doel van dit blok: je CSS verhogen via volume, met de slaglengte die je in het najaar hebt opgebouwd. De afstanden lopen op. De vraag is niet of je ze haalt, maar of je techniek standhoudt terwijl ze oplopen. Daarom telt de slagentelling hier mee als vaste meetwaarde. Deze week is een opbouwweek. Eerste week van een blok van vier. Bewust nog niet vol, je bouwt in. Je staat het hele uur in het water, net als elke week, ongeveer 74% van de hoofdset is deze week echt zwaar werk, de rest is rustig zwemmen. Donderdag is de kwaliteitsdag. Het is laat op de avond, dus het zwaartepunt ligt op beheerst drempelwerk en niet op maximale intervallen. Het zwaartepunt van vandaag ligt in Z3 (Drempel): zwaar maar beheerst, rond het tempo dat je circa 30 minuten volhoudt; dit is wat je CSS omhoog duwt.

De zones van vandaag

  • Drempel zwaar maar beheerst, rond het tempo dat je circa 30 minuten volhoudt; dit is wat je CSS omhoog duwt
  • Aeroob comfortabel volhoudbaar tempo; dit bouwt je aerobe basis en is het grootste deel van je jaarvolume

Waar we deze week op letten

  • Slippende hand / geen watergevoel: Hoge slagfrequentie met weinig voortstuwing; hoge slagentelling per baan.

Rust: De rust is voor de hele baan gelijk, niet per zwemmer. Zo blijft de volgorde in de baan staan en vertrekt iedereen netjes achter elkaar. Het tempo is wél persoonlijk: je zwemt je eigen CSS-tempo.

Onderbouwing:B04Seiler: verdeling van trainingsintensiteit bij duursportersB07Periodiseringsfasen in triatlon

warming up475 m

475 m oplopend van Z1 naar Z2, afsluiten met 4-6 x 25 m versnellend

Bewust geen rustig inzwemmen: de intensiteit van de warming-up beïnvloedt de prestatie sterker dan de duur.

Bron:B18Warming-up

techniek350 m
Slagentelling per baanSlaglengte meetbaar maken en volgen over het jaar.Zo doe je het: Tel het aantal slagen per 25 m bij een vast, comfortabel tempo. Noteer. Herhaal over 4 banen en gebruik het gemiddelde.Let op: Een LAGE slagentelling is geen doel op zich. Snelheid is het product van slaglengte en slagfrequentie; eenzijdig jagen op weinig slagen leidt tot de Overglider-fout.D13hele beschrijvingB14Slagfrequentie versus slaglengteB10Swim Smooth: Swim Types classificatie
Negative split zwemmenTempogevoel en pacing ontwikkelen.Zo doe je het: De tweede helft van een afstand sneller zwemmen dan de eerste. Bijvoorbeeld 200 m waarbij de tweede 100 m 3-5 s sneller is.Let op: Vereist een pace clock en eerlijke tussentijden.D24hele beschrijvingB03CSS-berekening en trainingszones

Bron:B14Slagfrequentie versus slaglengteB10Swim Smooth: Swim Types classificatieB03CSS-berekening en trainingszones

hoofdset1400 m
12 x 100 m15 sec rusttempo CSS+0 s/100m
2 x 100 m15 sec rusttempo CSS+7 s/100mAerobe aanvulling om de baantijd te vullen. Als eerste te schrappen bij tijdgebrek.
uitzwemmen150 m

150 m Z1 rustig

Materiaal. Vinnen: optioneel bij de drills. Pull buoy: optioneel.
Paddles: niet deze sessie. Paddles pas vanaf week 14 [B17].

Als de zondag wegvalt

De zondagsessie valt weg (feestdag of vakantieweek). Het plan schuift NIET op, deze week blijft een zelfstandige eenheid. De sleutelset van de zondag vervangt de aerobe aanvulling in de donderdagsessie, zodat het uur klopt.

1 x 200 mZ2in plaats van de aerobe aanvullingIngekort van 300 m om binnen het uur te blijven.Laat het uitzwemmen niet vervallen om tijd te winnen.

Techniekfocus

Slippende hand / geen watergevoel hoog

Te zien aan: Hoge slagfrequentie met weinig voortstuwing; hoge slagentelling per baan.

Gevolg: Veel energie, weinig snelheid. Kenmerkend voor het Arnie-type.

Bron:B10Swim Smooth: Swim Types classificatieB12Dropped elbow / lage elleboog in de catch

Oefeningen hiervoor

Vuistzwemmen (closed fist)Watergevoel in onderarm en elleboog ontwikkelen; corrigeert lage elleboog.Zo doe je het: Volledige borstcrawl met gebalde vuisten. 25 m vuist, 25 m open hand. Het contrast maakt voelbaar hoeveel oppervlak de onderarm levert.Let op: Bij het openen van de hand moet de zwemmer merken dat de onderarm meedoet, niet alleen de handpalm.D02hele beschrijvingB12Dropped elbow / lage elleboog in de catch
Sculling voor het hoofdWatergevoel en druk op de handpalm en onderarm ontwikkelen.Zo doe je het: Gestrekt op de buik, armen voor het hoofd, kleine acht-bewegingen met de handen naar buiten en naar binnen. Ellebogen hoger dan de handen. 25 m, eventueel met pull buoy.Let op: Kleine bewegingen, constante druk. Dit is geen krachtoefening.Materiaal: pull buoyD04hele beschrijvingB12Dropped elbow / lage elleboog in de catch
Enkelarmig zwemmenIsoleren van één arm om de catch en hoge elleboog te controleren.Zo doe je het: Eén arm zwemt, de andere blijft gestrekt vooruit. Ademen naar de kant van de zwemmende arm. 25 m links, 25 m rechts.Let op: Elleboog hoog houden, vingertoppen omlaag - het beeld van over een liggend vat heen reiken.Materiaal: vinnenD03hele beschrijvingB12Dropped elbow / lage elleboog in de catch
Slagentelling per baanSlaglengte meetbaar maken en volgen over het jaar.Zo doe je het: Tel het aantal slagen per 25 m bij een vast, comfortabel tempo. Noteer. Herhaal over 4 banen en gebruik het gemiddelde.Let op: Een LAGE slagentelling is geen doel op zich. Snelheid is het product van slaglengte en slagfrequentie; eenzijdig jagen op weinig slagen leidt tot de Overglider-fout.D13hele beschrijvingB14Slagfrequentie versus slaglengteB10Swim Smooth: Swim Types classificatie

Notitie voor de trainer

Vanaf nu telt volume. Slagentelling blijft elke week terugkomen: als die oploopt bij gelijk tempo, is het volume te hoog voor dat niveau.

← week 9 · jaarplan · week 11

toptriatleet.nl · elke set in dit plan is herleidbaar naar een onderbouwde bron. Bronnen · Privacy · Website