4 minuten lezen · bijgewerkt 5 oktober 2026
Een triatlon is een wedstrijd waarin je zwemmen, fietsen en hardlopen achter elkaar aflegt, in die vaste volgorde en zonder pauze ertussen. De tijd tussen de onderdelen telt gewoon door: de wisselzones horen bij je eindtijd. De bekendste afstand is de olympische, met 1,5 kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen.
De volgorde, en waarom die vastligt
Altijd zwemmen, dan fietsen, dan hardlopen. Die volgorde is geen traditie maar een veiligheidskwestie.
Zwemmen gaat eerst omdat het het gevaarlijkste onderdeel is. Een deelnemer die uitgeput raakt in open water heeft een probleem dat op de fiets of tijdens het lopen niet bestaat, en aan het begin van de wedstrijd is iedereen nog fris en is het veld nog bij elkaar.
Hardlopen gaat als laatste omdat het het minste risico geeft. Wie ergens op de looproute niet meer kan, gaat langzamer lopen of stopt. Wie op de fiets instort bij veertig kilometer per uur, heeft een ongeluk.
Fietsen zit er daarom tussenin, en dat heeft nog een prettig gevolg: het langste onderdeel valt in het midden, waar je noch het meest uitgeput bent noch het meest onder druk staat.
Wat er tussen de onderdelen gebeurt: T1 en T2
De wisselzone is de plek waar je fiets staat en waar je van het ene onderdeel naar het andere overgaat. Er zijn er twee, en ze hebben een naam:
- T1: van zwemmen naar fietsen. Wetsuit uit, helm op, fiets pakken.
- T2: van fietsen naar lopen. Fiets terugzetten, helm af, loopschoenen aan.
Die tijd telt mee. Voor een geoefende amateur kost een wissel veertig seconden tot anderhalve minuut; voor wie het nooit oefent al snel drie minuten. Dat is de goedkoopste tijdwinst in de sport: om een minuut op de fiets te winnen heb je maanden training nodig, om hem in de wisselzone te winnen een paar keer oefenen.
Eén regel kost jaarlijks veel mensen een tijdstraf: je helm gaat vást op je hoofd voordat je je fiets van het rek pakt, en hij gaat pas af nadat je hem hebt teruggezet.
Alle afstanden op een rij
| Afstand | Zwemmen | Fietsen | Hardlopen | Ook wel |
|---|---|---|---|---|
| Achtste | 500 m | 20 km | 5 km | 1/8 triatlon |
| Sprint | 750 m | 20 km | 5 km | sprintafstand |
| Kwart | 1000 m | 45 km | 10 km | 1/4 triatlon |
| Olympisch | 1500 m | 40 km | 10 km | standaardafstand |
| Derde | 1300 m | 60 km | 14 km | 1/3 triatlon |
| Halve | 1900 m | 90 km | 21,1 km | 70.3, half ironman |
| Hele | 3800 m | 180 km | 42,2 km | 140.6, ironman-afstand |
De getallen 70.3 en 140.6 zijn het totaal aantal mijlen: 70,3 mijl is 113 kilometer, 140,6 mijl is 226 kilometer.
Zie de vergelijking van alle afstanden voor welke bij je past.
Is het triatlon of triathlon?
Allebei komen voor, en ze betekenen hetzelfde.
Triatlon is de officiële Nederlandse spelling. Die staat in de woordenlijst en is wat je in Nederlandse teksten hoort te gebruiken. Het Nederlands schrijft de Griekse th in dit soort woorden als een gewone t, net zoals we atleet schrijven en niet athleet.
Triathlon is de internationale schrijfwijze, en die zie je in Nederland veel omdat vrijwel elke organisator hem gebruikt: Triathlon Holten, Triathlon Rosmalen, de Nederlandse Triathlon Bond. Wedstrijdnamen zijn eigennamen, dus daar is het geen fout.
Praktisch: schrijf triatlon in je eigen tekst, en neem triathlon over als het in een naam zit.
Hoe lang duurt een triatlon?
Voor een getrainde amateur, bij benadering:
| Afstand | Richttijd |
|---|---|
| Sprint | 1 uur tot 1.30 |
| Olympisch | 2.30 tot 3.30 |
| Derde (1/3) | 3 tot 4.30 |
| Halve | 5 tot 7 uur |
| Hele | 11 tot 15 uur |
De spreiding is groot, vooral op de lange afstanden, omdat het fietsen daar het zwaarst weegt en parcours en wind daar het meeste verschil maken. Met de eindtijdrekenhulp reken je het door op je eigen waarden.
Wat heb je nodig om mee te doen?
Minder dan de meeste mensen denken. Een fiets die veilig is en past, een helm, hardloopschoenen en een zwembril. Een trisuit en een wetsuit zijn handig maar niet nodig voor je eerste keer; wetsuits zijn bij veel wedstrijden te huur.
Wat je wél nodig hebt is kunnen borstcrawlen over de wedstrijdafstand. Dat is voor de meeste beginners het onderdeel dat de meeste tijd kost om te leren, en het is verstandig daar maanden voor je eerste wedstrijd mee te beginnen.
Zie beginnen met triatlon voor hoe je dat eerste jaar opbouwt.
Varianten die je tegenkomt
- Duatlon: hardlopen, fietsen, hardlopen. Geen zwemmen, en daarom een goede instap voor wie in het water nog niet ver komt. Zie wat is een duatlon.
- Aquatlon: zwemmen en hardlopen.
- Cross triatlon: zwemmen, mountainbiken, trailrunning.
- Wintertriatlon: hardlopen, mountainbiken, langlaufen.
- Estafette of team: elk onderdeel door een ander teamlid. De prettigste manier om een lange afstand te leren kennen zonder hem in zijn geheel te doen.

