Hardlopers op straat, van opzij gezien
Alle loopanalyseVoor de praktijk

Wat er getoetst is, en wat nog niet

Deze pagina is er om nagerekend te worden. Waar iets nog ontbreekt, staat dat er ook, een onderbouwing die alleen de sterke punten noemt, is reclame met voetnoten.

Wat er onder de motorkap zit

  1. 1

    Houdingsschatting

    RTMPose met de Halpe26-puntenset: 26 punten, inclusief hiel en teen. Apache-2.0, dus zonder licentiebeperking te gebruiken en mee te leveren. Het model draait in de browser via onnxruntime-web, op WebGPU als de browser dat kan en anders op WASM.

  2. 2

    Personendetectie

    YOLOX, eveneens Apache-2.0. Draait niet op elk beeld maar eens in de zoveel, en daartussen wordt het kader meegesleept. Loopt er iemand door het beeld, dan wordt de persoon gevolgd op continuïteit van het middelpunt en niet op grootte.

  3. 3

    Filtering

    Gaten tot vijf beelden worden overbrugd, daarna een nulfase-Butterworthfilter op 10 Hz. Nulfase omdat een gewoon filter de gebeurtenissen in de tijd verschuift, en juist die tijd is wat gemeten wordt.

  4. 4

    Skeletcorrectie

    Botlengtes horen over een opname niet te veranderen. Ze worden geschat en daarna afgedwongen, en de voet wordt als star geheel op de ruwe punten gepast. Dat scheelt vijftien tot tweeëntwintig procent in de hoekfout rond voet, enkel en onderbeen.

Hoe een gebeurtenis wordt vastgesteld

Bijna elke tijdmaat hangt aan het moment van neerkomen en afzetten. Dat wordt met drie onafhankelijke methodes bepaald: de hoogte van de voet boven een geschatte vloerlijn, de piek in de verticale versnelling bij de landing, en de stand van de voet ten opzichte van het bekken.

Een gebeurtenis telt pas als minstens twee methodes hem zien. Het tijdstip komt vervolgens van de versnellingsmethode, die het scherpst is. Die splitsing, de meerderheid beslist óf, de scherpste beslist wannéér, bleek nodig: een gewone meerderheidsclustering gooide juist de scherpste methode weg als die een paar beelden afweek van de twee stompe.

Loopt de spreiding tussen de drie methodes te ver op, dan staat dat op pagina één van het rapport. Dat is het signaal dat de opname zelf het probleem is.

Wat er getoetst is

Tegen een gesimuleerde loper met bekende grondwaarden. Dat toetst de rekenkunde van begin tot eind: een fout in het filteren, het vinden van cycli of het uitrekenen van een hoek komt er hier uit.

WatAfwijking van de bekende waarde
Moment van neerkomen0,0 beelden (spreiding 0,28)
Moment van afzetten+2,3 beelden
Pasfrequentiebinnen 1 stap per minuut
Snelheid en paslengtebinnen 7%
Verticale verplaatsingbinnen 1%
Asymmetrie bij een symmetrische loper0,0%

Wat er nog niet getoetst is

Er is geen studie op echte opnamen tegen een referentiesysteem. Dat is de belangrijkste openstaande post en er wordt hier niet omheen gepraat: een gesimuleerde loper heeft geen kleding die meebeweegt, geen schoen tussen het hielpunt en de hiel, en geen wisselende belichting.

Het opzetdocument voor die validatie ligt klaar en bestaat uit drie onderdelen. Eén: gelijktijdig meten met een krachtplaat of een optoëlektronisch systeem, om de systematische afwijking per maat vast te stellen. Twee: herhaalbaarheid, dezelfde persoon twee keer kort na elkaar, en twee beoordelaars op dezelfde opname. Drie: daaruit de kleinste verandering afleiden die met zekerheid boven de ruis uitkomt.

Zolang die er niet is, doet het rapport geen uitspraak die erop zou leunen, en staat op deze pagina wat er is en niet wat er zou moeten zijn.

Waarom dit geen medisch hulpmiddel is

De software meet en beoordeelt de kwaliteit van die meting. Ze verbindt de gemeten waarden niet aan een aandoening, voorspelt niets en stelt geen behandeling voor. Daarmee valt ze buiten de definitie van medische hulpmiddelensoftware in de MDR, en komt Regel 11 niet aan de orde.

Die afweging is uitgeschreven langs de vijf beslisstappen van MDCG 2019-11 en ligt openbaar. Er staat ook in wat er zou veranderen bij een module die de waarden van een patiënt aan literatuur en oefeningen koppelt: dan is het klasse IIa. Zo’n module is gebouwd geweest en er bewust weer uit gehaald.

Wat er wél in zit, is een naslagwerk: per maat wat de literatuur erover beschrijft, zonder verwijzing naar een patiënt en zonder parameters. Dat is een handboek in digitale vorm en verandert de indeling niet.

Veelgestelde vragen

Welke referentiewaarden staan er in het rapport?
Bandbreedtes uit de literatuur, als richtwaarde naast de meting. Niet als afkapwaarde, en er staat geen "afwijkend" bij: de meeste van deze maten hangen sterk af van snelheid en lichaamslengte, en een bandbreedte uit een studie op recreatieve lopers is geen norm voor een individu.
Wordt er een grote beeldendatabase gebruikt?
Niet door ons, en wel door het model dat we gebruiken: RTMPose is getraind op openbare datasets met honderdduizenden geannoteerde beelden. Dat trainen doen wij niet over; we gebruiken de gepubliceerde gewichten. Er worden geen opnamen van patiënten gebruikt om iets te trainen, en er worden ook geen opnamen bewaard.
Is de code in te zien?
De onderliggende modellen zijn open (Apache-2.0) en de bronnen staan in het rapport en in het naslagwerk. Voor een inhoudelijke beoordeling van de meetmethodiek is er documentatie die stap voor stap beschrijft hoe elke maat tot stand komt; vraag ernaar.

Het opnameprotocol hoort hierbij

De grootste bron van fout is niet de software maar de opname. Eén pagina, om naast de loopband te hangen.

Naar het opnameprotocol

Meetinstrument, geen diagnose. De interpretatie ligt bij de behandelaar.

Verder lezen