Hardlopers op straat, van opzij gezien
Alle loopanalyseVoor de praktijk

Eerst wat het niet kan, dan pas wat het kost

U beoordeelt of een meetmethode draagt wat er op gebouwd wordt. Daarom staan de grenzen hier bovenaan en niet onder een uitklapkopje.

De grenzen van tweedimensionale video

Rotatie om de lengteas van het been is uit één camera niet te halen. Wat als heupadductie gemeten wordt in het frontale vlak, is een projectie, en bij een gedraaide heup verandert die projectie zonder dat de adductie verandert. Wie rotatie nodig heeft, heeft meerdere camera’s nodig, en dat is een ander soort opstelling dan een statief naast een loopband.

Voet en enkel zijn op video het zwakst. De hiel- en teenpunten van het model liggen op de schoen en niet op het bot, en een schoen met een dikke zool verschuift de gemeten voethoek stelselmatig. De classificatie voorvoet/middenvoet/achtervoet is daarom oriënterend en vraagt om ijking op het schoeisel dat u gebruikt.

De absolute contacttijd uit video onderschat met ongeveer vijf tot tien procent, omdat het eerste contact en het laatste afzetten tussen twee beelden in vallen. Het links-rechtsverschil en de verandering over de tijd hebben daar geen last van: die fout werkt aan beide kanten hetzelfde uit.

Hoe een gebeurtenis wordt vastgesteld

Het moment van neerkomen bepaalt bijna elke tijdmaat in het rapport. Het wordt niet met één methode bepaald maar met drie, en telt pas als er minstens twee hetzelfde zien.

  1. 1

    Voethoogte

    De laagste stand van hiel en teen ten opzichte van een geschatte vloerlijn. Robuust, maar stomp: rond het minimum beweegt de voet nauwelijks, dus het precieze beeld is lastig aan te wijzen.

  2. 2

    Verticale versnelling

    De piek in de tweede afgeleide bij de landing. Dit is de scherpste van de drie en levert het tijdstip; de andere twee bepalen alleen of er een gebeurtenis ís.

  3. 3

    Voet ten opzichte van het bekken

    De methode van Zeni: het uiterste van de horizontale afstand tussen voet en bekken. Werkt ook als de vloer niet in beeld is.

Wat er wel en niet gevalideerd is

Tegen een gesimuleerde loper met bekende grondwaarden zit het neerkomen op nul beelden en het afzetten op ruim twee; pasfrequentie binnen één stap per minuut, verticale verplaatsing binnen één procent, en op een symmetrische loper komt er nul procent asymmetrie uit. Dat toetst de rekenkunde, niet de werkelijkheid.

Wat er níét is: een studie op echte opnamen tegen een krachtplaat of een optoëlektronisch systeem. Die hoort er te komen en het opzetdocument ligt klaar, drie onderdelen: gelijktijdige meting tegen een referentie, herhaalbaarheid binnen en tussen beoordelaars, en de kleinste verandering die met zekerheid boven de ruis uitkomt. Tot die er is, staat er op deze pagina wat er is en niet meer dan dat.

Waarom dit geen medisch hulpmiddel is

De software meet en beoordeelt de kwaliteit van die meting. Ze verbindt de waarden niet aan een aandoening, voorspelt niets, en stelt geen behandeling voor. Daarmee valt ze buiten de definitie van medische hulpmiddelensoftware, en is Regel 11 niet aan de orde.

Die afweging is uitgeschreven langs de vijf beslisstappen van MDCG 2019-11 en is een openbaar document. Er staat ook in wat er zou veranderen als er wél een interpretatiemodule in zou zitten: dan wordt het klasse IIa, en dan hoort daar het bijbehorende traject bij. Dat is de reden dat die module er bewust uit is gelaten.

Veelgestelde vragen

Welke referentiewaarden worden gebruikt?
Bandbreedtes uit de literatuur, met de kanttekening dat de meeste sterk afhangen van snelheid en lichaamslengte. Ze staan naast de meting als richtwaarde, niet als afkapwaarde, en er wordt geen "afwijkend" bij gezet.
Kan ik eigen normen invoeren?
Ja, in de lokale installatie via een normenbestand. Voor een praktijk die met een eigen populatie werkt, is dat zinniger dan bandbreedtes uit een studie op recreatieve lopers.
Kan ik bij de ruwe gegevens?
De meting is als JSON te exporteren, met de instellingen, de gebruikte schaal, het aantal cycli en de spreiding per maat. Zonder patiëntgegevens, zodat een meting gedeeld of nagerekend kan worden zonder dat er een naam meereist.
Welke houdingsschatter zit eronder?
RTMPose met de Halpe26-puntenset, via onnxruntime. Apache-2.0, dus zonder licentiebeperking bruikbaar, en het draait in de browser. Bovenop de ruwe puntdetectie zit een correctie die botlengtes constant houdt over de opname; dat scheelt vijftien tot tweeëntwintig procent in de hoekfout rond voet en enkel.

De onderbouwing staat er helemaal

Hoe er gemeten wordt, wat er getoetst is, wat er nog niet getoetst is en welke bronnen eronder liggen.

Naar de onderbouwing

Meetinstrument, geen diagnose. De interpretatie ligt bij de behandelaar.

Verder lezen