
Zadelhoogte berekenen
Je zadelhoogte is de instelling die je houding op de fiets het sterkst bepaalt. Deze rekenhulp geeft je startpunt uit je binnenbeenlengte, met het bereik waarbinnen je verder zoekt.
Vul de velden in; de uitkomst verschijnt meteen. Er wordt niets opgeslagen, tenzij je de uitkomst naar je mail laat sturen.
Je binnenbeenlengte meten
- 1Ga zonder schoenen met je rug tegen een muur staan, voeten ongeveer vijftien centimeter uit elkaar.
- 2Klem een boek of waterpas stevig in je kruis, met de rug tegen de muur, en trek het aan tot het aanvoelt als een zadel. Niet voorzichtig: te zacht aantrekken is de meest gemaakte meetfout en levert een zadel op dat één tot twee centimeter te laag staat.
- 3Laat iemand de afstand van de bovenkant van het boek tot de vloer meten, of zet er een streepje en meet zelf na.
- 4Meet twee keer. Zit er meer dan een halve centimeter tussen, meet dan een derde keer en neem het middelste getal.
- 5Meet daarna je huidige zadelhoogte: van het midden van de trapas, langs de zadelpen, tot de bovenkant van het zadel in het midden.
De valkuil
Je zadel in één keer op de uitkomst zetten. Je pezen en je onderrug passen zich langzamer aan dan je zadelpen, en een zadel dat vijftien millimeter omhooggaat voelt de eerste rit vooral verkeerd. Verzet maximaal drie millimeter per keer en rijd er twee ritten op voordat je verder gaat.
Waarom er een bereik uitkomt en geen getal
De formule kent je binnenbeenlengte en je cranklengte, en verder niets. Je schoenzool, je cleatpositie, de dikte van je pedaal en de verhouding tussen je boven- en onderbeen zitten er niet in, en die zijn samen goed voor ongeveer een centimeter. Binnen die centimeter beslist niet de rekensom maar je knie: in de onderste stand hoort er nog 25 tot 35 graden buiging in te zitten. Strekt je been daar helemaal, dan staat het zadel te hoog, ook al zegt de formule van niet.
Waaraan je merkt dat het te hoog of te laag staat
Te hoog voelt zelden verkeerd in je benen maar zie je aan je heupen: die gaan wiebelen omdat je naar het pedaal moet reiken, en je zit onrustig op het zadel. Spanning achter de knie en aan de achterkant van het bovenbeen hoort daarbij. Te laag geeft juist druk aan de voorkant van de knie en het gevoel dat je op een zware versnelling blijft duwen zonder rond te kunnen draaien.
De cranklengte zit in de som
De factor 0,883 gaat uit van cranks van ongeveer 170 millimeter. Rijd je 175, dan kom je in de onderste stand vijf millimeter verder van het zadel af en moet het zadel vijf millimeter omlaag; bij 165 precies andersom. De lengte staat meestal in de achterkant van de crankarm gegraveerd. Dat is ook de reden dat dezelfde zadelhoogte op twee fietsen niet hetzelfde hoeft te voelen.
Wat een formule niet kan zien
Hoe je zadel voor- of achteruit staat, verandert de afstand tot de trapas en daarmee wat dezelfde hoogte doet. Ook de kanteling van je bekken en de hoogte van je stuur spelen mee. Een formule kan je vertellen waar je moet beginnen; wat er werkelijk gebeurt terwijl je trapt, is alleen te zien aan de beweging zelf.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je je zadelhoogte?
Vermenigvuldig je binnenbeenlengte in centimeters met 0,883. Dat getal is je zadelhoogte in centimeters, gemeten van het midden van de trapas tot de bovenkant van het zadel. Bij een binnenbeenlengte van 85 centimeter komt daar 75,1 centimeter uit. Rijd je cranks die langer zijn dan 170 millimeter, trek het verschil er dan vanaf; zijn ze korter, tel het erbij op.
Hoe meet je je binnenbeenlengte?
Zonder schoenen met je rug tegen een muur, een boek stevig in je kruis geklemd met de rug tegen de muur, en dan meten van de bovenkant van het boek tot de vloer. Het boek moet steviger aangetrokken worden dan comfortabel voelt: te zacht aantrekken is de meest gemaakte fout en levert een zadelhoogte op die één tot twee centimeter te laag uitvalt.
Hoeveel graden moet je knie gebogen zijn bij de laagste pedaalstand?
Tussen de 25 en 35 graden, gemeten in de onderste stand met de voet in de stand waarin je werkelijk trapt. Dat venster is het criterium waar een bikefitter op stuurt; de formule uit je binnenbeenlengte is bedoeld om je daar snel in de buurt te brengen. Strekt het been vrijwel helemaal, dan staat het zadel te hoog.
Waar meet je de zadelhoogte precies vanaf?
Van het midden van de trapas, in een rechte lijn langs de zadelpen, tot de bovenkant van het zadel op het punt waar je zit. Sommige tabellen meten vanaf het pedaaloppervlak in de laagste stand; die getallen liggen ongeveer een cranklengte hoger en zijn niet uitwisselbaar met deze.
Hoeveel millimeter mag je je zadel per keer verstellen?
Maximaal drie millimeter, en rijd er daarna twee ritten op. Pezen en onderrug passen zich langzamer aan dan de zadelpen, en wie in één keer een centimeter verzet, weet achteraf niet of de klacht van de nieuwe hoogte komt of van de snelheid van de verandering.
Klopt de formule van LeMond voor iedereen?
Nee. Hij is een startpunt dat voor de meeste fietsers binnen ongeveer een centimeter uitkomt, en die centimeter is precies het gebied waar het verschil zit. Wie ongebruikelijke verhoudingen heeft tussen boven- en onderbeen, dikke zolen rijdt of zijn cleats ver naar achteren heeft staan, zit er verder naast. Het antwoord ligt dan bij de kniehoek, niet bij de rekensom.

Train je voor een triatlon?
Dan krijg je een schema dat terugtelt vanaf je wedstrijd en past in jouw week, ook rond je clubtrainingen. Twee minuten vragen beantwoorden en het staat klaar. Je eerste maand is gratis.