Triatleet tijdens een wedstrijd
KennisbankBeginnen

Aquatlon en swimrun

Twee meerkampen zonder fiets: een aquatlon is zwemmen en dan lopen, een swimrun wisselt ze steeds af, in je schoenen en je wetsuit. De afstanden, het materiaal en de training.

3 minuten lezen · bijgewerkt 6 oktober 2026

Een aquatlon en een swimrun zijn allebei meerkampen van zwemmen en lopen, zonder fiets. Daar houdt de overeenkomst op: een aquatlon is kort en heeft één of twee wissels, een swimrun is lang en bestaat bijna alleen uit wissels.

De aquatlon

De standaardaquatlon van World Triathlon is 2,5 kilometer lopen, 1 kilometer zwemmen in open water en weer 2,5 kilometer lopen. Is het water kouder dan 22 graden, dan wordt het 1 kilometer zwemmen en daarna 5 kilometer lopen [B104]. In Nederland is die tweede vorm de gewone: eerst zwemmen, dan lopen.

Een aquatlon duurt voor de meeste recreanten veertig minuten tot een uur, en je zit vrijwel de hele tijd op of net boven je drempel. Het is een goede eerste meerkamp voor wie geen racefiets heeft, en een goede oefening voor de start van een triatlon.

Waar het om draait

De wissel van horizontaal naar rechtop. Na een kilometer zwemmen zit je bloed in je armen en schouders, en de eerste minuten lopen voelen licht in je hoofd en zwaar in je benen. Dat gevoel ken je pas als je het geoefend hebt. Daarom staat er in een aquatlonschema vanaf de bouwfase een zwem-loopwissel: zwemmen op wedstrijdtempo en meteen door met lopen, zoals een wisseltraining van fiets naar loop bij een triatlon [B30][B47].

De swimrun

Een swimrun is ontstaan in Zweden, als een race over eilanden waarbij je van het ene eiland naar het andere zwemt en eroverheen loopt. Er is geen vaste afstand: van korte wedstrijden van een paar uur tot de wereldkampioenschappen van ÖTILLÖ met ongeveer 65 kilometer lopen en 10 kilometer zwemmen.

Het bijzondere is dat er geen wisselzone is. Je neemt alles mee van start tot finish: je zwemt in je loopschoenen en je loopt in je wetsuit. Een pull buoy (een drijver tussen je benen) en vaak peddels compenseren dat je schoenen je benen omlaag trekken. De regels van ÖTILLÖ zeggen dat al het materiaal mee moet tot de finish, dat zwemvliezen verboden zijn, dat een pull buoy niet groter is dan 32 bij 30 bij 15 centimeter, en dat een wetsuit verplicht is tenzij het water warmer is dan 19 graden. In een team blijf je binnen vijf meter van elkaar [B105].

Waar het om draait

Duurvermogen en gelijkmatigheid. Een korte swimrun van twee kilometer zwemmen en vijftien kilometer lopen duurt al gauw twee tot vier uur, vaak over onverharde paden en rotsen. Je loopt ruim onder je drempel en zwemt langzamer dan in het bad, en wie de eerste stukken te hard gaat, merkt dat bij elke wissel opnieuw.

Hoe je ervoor traint

  • Zwemmen en lopen, met meer zwemmen dan je denkt. Zwemmen vraagt techniek en belast je pezen weinig; lopen geeft de blessures. Een schema voor een aquatlon of swimrun geeft zwemmen daarom ruim een derde van de tijd.
  • De wissel oefenen. Bij een aquatlon één keer per week of om de week een zwem-loopwissel in de laatste twee maanden. Bij een swimrun rondes van een stuk lopen en een stuk zwemmen, met al je materiaal, in open water.
  • Met je materiaal zwemmen. Voor een swimrun: zwemmen met pull buoy en peddels in het bad, en met schoenen in open water. In de meeste baden mag je niet met schoenen zwemmen.
  • Veilig in open water. Nooit alleen, met een felgekleurde boei of een maatje, en in het voorjaar en najaar met een wetsuit.

Kun je nog geen 400 meter borstcrawl aan een stuk zwemmen, begin dan eerst daarmee: in open water ben je zonder muur afhankelijk van wat je kunt volhouden.

Waar dit op steunt

  • [B104] World Triathlon: de aquatlon

    De standaardaquatlon van World Triathlon is 2,5 km lopen, 1 km zwemmen in open water en 2,5 km lopen. Is het water kouder dan 22 graden, dan wordt het 1 km zwemmen en 5 km lopen.

  • [B105] ÖTILLÖ: de standaardregels van de swimrun

    Bij een swimrun wisselen zwemmen en lopen elkaar vele keren af, zonder wisselzone: je zwemt in je schoenen en loopt in je wetsuit. Al het materiaal dat je meeneemt (pull buoy, peddels, wetsuit) moet van start tot finish mee. Een pull buoy is hoogstens 32 x 30 x 15 cm, zwemvliezen zijn verboden, en een wetsuit is verplicht tenzij het water warmer is dan 19 graden. Een team blijft binnen vijf meter van elkaar.

  • [B30] De overgang van fiets naar loop

    De eerste kilometer na het fietsen voelt bij triatleten van elk niveau onhandig, en dat is meetbaar: de kniekinematica wijkt af van die bij een gewone duurloop. Wie regelmatig wissels traint, ontwikkelt daar een specifieke soepelheid in en komt sneller in een normaal looppatroon. Bron: onderzoek naar de fiets-looptransitie met de attractormethode, en naar vlakke covariatie in de beenkinematiek bij elite-triatleten.

  • [B47] Specificiteit richting de wedstrijd en meerdere pieken

    Wereldtoppers op de lange afstand beginnen 7-10 dagen voor de hoofdwedstrijd te taperen, en het volume op racetempo neemt toe naarmate de wedstrijd nadert (Haugen e.a., integratie van literatuur en praktijk). Etxebarria e.a. beschrijven de opbouw van wedstrijdgereedheid specifiek voor triatlon. Pyne, Mujika & Reilly noemen meerdere pieken per seizoen een onderbelicht onderzoeksgebied.

De volledige lijst met bronnen staat op de onderbouwingspagina.

Een atleet komt over de finish

Train je voor een triatlon?

Dan krijg je een schema dat terugtelt vanaf je wedstrijd en past in jouw week, ook rond je clubtrainingen. Twee minuten vragen beantwoorden en het staat klaar. Je eerste maand is gratis.