
Slagentelling per baan
Slaglengte meetbaar maken en volgen over het jaar.
Hoe je hem uitvoert
Tel het aantal slagen per 25 m bij een vast, comfortabel tempo. Noteer. Herhaal over 4 banen en gebruik het gemiddelde.
Waar het meestal misgaat
Een LAGE slagentelling is geen doel op zich. Snelheid is het product van slaglengte en slagfrequentie; eenzijdig jagen op weinig slagen leidt tot te lang uitglijden na elke slag (de overglider-fout).
Waar in je training hij hoort
8 tot 12 keer 50 meter, waarbij je 25 meter de oefening doet en 25 meter normaal zwemt met hetzelfde gevoel. Die tweede 25 is het belangrijkste deel: daar breng je over wat de oefening je liet voelen.
Welke fout hij aanpakt
Slippende hand / geen watergevoel
hoogTe zien aan: Hoge slagfrequentie met weinig voortstuwing; hoge slagentelling per baan.
Gevolg: Veel energie, weinig snelheid. Kenmerkend voor het Arnie-type.
Te lange glijfase (overgliding)
hoogTe zien aan: Zeer lage slagentelling, duidelijke dode fase vooraan de slag, het lichaam vertraagt tussen de slagen.
Gevolg: Snelheidsverlies tussen de slagen dat telkens opnieuw overwonnen moet worden. Kenmerkend voor het Overglider-type.
Waar dit op steunt
- [B14] Slagfrequentie versus slaglengte· PEER
- [B10] Swim Smooth: Swim Types classificatie· COACH
De volledige bronnenlijst staat op de onderbouwingspagina.

Train je voor een triatlon?
Dan krijg je een schema dat terugtelt vanaf je wedstrijd en past in jouw week, ook rond je clubtrainingen. Twee minuten vragen beantwoorden en het staat klaar. Je eerste maand is gratis.