
Ademhalingsladder 3-5-7
Ademcontrole en ontspanning; bruikbaar bij onzekere zwemmers.
Hoe je hem uitvoert
25 m ademen om de 3, 25 m om de 5, 25 m om de 7, dan terug. Bij spanning direct afbreken.
Waar het meestal misgaat
NIET forceren. Dit is een controledrill, geen apneutraining. Bij duizeligheid onmiddellijk stoppen.
Waar in je training hij hoort
8 tot 12 keer 50 meter, waarbij je 25 meter de oefening doet en 25 meter normaal zwemt met hetzelfde gevoel. Die tweede 25 is het belangrijkste deel: daar breng je over wat de oefening je liet voelen.
Welke fout hij aanpakt
Eenzijdig ademen
middenTe zien aan: Ademt uitsluitend naar één kant; zichtbare asymmetrie in rotatie.
Gevolg: Rotatie-asymmetrie en een hogere kans op schouder- en nekklachten. Bemoeilijkt rechtuit zwemmen in open water.
Spanning en gehaaste ademhaling
hoogTe zien aan: Korte, gejaagde slag, hoofd komt ver omhoog bij het ademen, zichtbare spanning.
Gevolg: Hoge energiekosten en snel oplopende hartslag. Kenmerkend voor het Bambino-type.
Waar dit op steunt
- [B15] Ademhaling: bilateraal versus unilateraal· PEER / COACH
De volledige bronnenlijst staat op de onderbouwingspagina.

Train je voor een triatlon?
Dan krijg je een schema dat terugtelt vanaf je wedstrijd en past in jouw week, ook rond je clubtrainingen. Twee minuten vragen beantwoorden en het staat klaar. Je eerste maand is gratis.