
Halve inhaalslag (front quadrant)
De stap van de inhaalslag naar gewoon zwemmen: de armen overlappen voor het hoofd, zonder stil te liggen.
Hoe je hem uitvoert
Hele slag. De voorste hand begint aan de grip zodra de andere hand voor het hoofd het water in gaat, dus niet pas als hij aantikt. 50 m.
Waar het meestal misgaat
Er ligt nooit een arm stil. Voelt het als wachten, dan zit je weer in de inhaalslag; voelt het als molenwieken, dan begin je te vroeg.
Waar in je training hij hoort
8 tot 12 keer 50 meter, waarbij je 25 meter de oefening doet en 25 meter normaal zwemt met hetzelfde gevoel. Die tweede 25 is het belangrijkste deel: daar breng je over wat de oefening je liet voelen.
Welke fout hij aanpakt
Timingfout tussen de armen
laagTe zien aan: De tweede arm begint voordat de eerste zijn werk heeft gedaan; onrustige, overlappende slag.
Gevolg: Verlies van voortstuwing en een onregelmatig ritme.
Te lange glijfase (overgliding)
hoogTe zien aan: Zeer lage slagentelling, duidelijke dode fase vooraan de slag, het lichaam vertraagt tussen de slagen.
Gevolg: Snelheidsverlies tussen de slagen dat telkens opnieuw overwonnen moet worden. Kenmerkend voor het Overglider-type.
Waar dit op steunt
- [B10] Swim Smooth: Swim Types classificatie· COACH
- [B14] Slagfrequentie versus slaglengte· PEER
De volledige bronnenlijst staat op de onderbouwingspagina.

Train je voor een triatlon?
Dan krijg je een schema dat terugtelt vanaf je wedstrijd en past in jouw week, ook rond je clubtrainingen. Twee minuten vragen beantwoorden en het staat klaar. Je eerste maand is gratis.