Zwemmer in een wedstrijdbad
Alle fouten bij zwemmenZwemmen · techniekfout

Wegzakkende heupen en benen

Het onderlichaam hangt laag, de zwemmer ligt schuin in plaats van horizontaal.

Waaraan je het ziet

Het onderlichaam hangt laag, de zwemmer ligt schuin in plaats van horizontaal.

Wat het je kost

Werkt als een anker; de weerstand loopt sterk op.

Wat je eraan doet

D06

Gestrekte glijpositie (streamline glide)

De laagst mogelijke weerstandspositie voelen en vasthouden.

Afzet van de muur, armen boven het hoofd, handen over elkaar, oren tussen de armen. Zo lang mogelijk glijden zonder te bewegen, en dan rustig verder zwemmen.

Let op: Hoofd in lijn, blik omlaag. Deze positie levert de grootste weerstandsreductie van alle houdingsaanpassingen.

D07

Hoofdpositie-contrast

Het effect van de hoofdhoek op de heuppositie zelf ervaren.

25 m bewust met de blik vooruit (hoofd omhoog), dan 25 m met de blik recht omlaag. Je voelt je heupen zakken en stijgen.

Let op: Niet doorschieten naar de kin op de borst - dat geeft nekspanning en laat de benen achterblijven. Doel is een neutrale, uitgelijnde positie.

D08

Beenslag op de rug met armen langs het lichaam

Heuppositie en rompspanning verbeteren.

Op de rug, armen langs het lichaam, rustige beenslag vanuit de heup. Heupen aan de oppervlakte houden, buikspieren aangespannen. 25-50 m.

Let op: Knieën mogen niet boven water komen; de beweging komt uit de heup.

D21

Beenslag zonder hulpmiddelen, armen langs het lichaam

Beenslag koppelen aan lichaamspositie zonder steun van een plankje.

Op de buik, armen langs het lichaam, gezicht in het water, ademen door kort op te komen. 25 m.

Let op: Voor groep 1 alleen met vinnen.

D34

Zijligging met schouder naar beneden

De onderste schouder leren wegdrukken, zodat de rotatie uit de romp komt en niet uit de arm.

Op de zij, onderste arm gestrekt vooruit, bovenste arm langs het lichaam. Druk de onderste schouder actief omlaag en houd hem daar. 25 m links, 25 m rechts.

Let op: Je kin blijft bij je schouder, je kijkt niet vooruit. Komt je hoofd omhoog, dan zakken je heupen en doe je precies het tegenovergestelde.

D36

Beenslag in streamline op de buik

Beenslag in de ligging met de minste weerstand, zonder plank die de heupen omlaag duwt.

Op de buik, armen gestrekt boven het hoofd, handen op elkaar, bovenarmen tegen de oren. Kleine beenslag vanuit de heup. Kort opkomen om te ademen en meteen terug in de lijn. 25 m.

Let op: Het hoofd ligt tussen de armen en kijkt omlaag. Komt het hoofd omhoog om te kijken, dan zakken de heupen en is het weer een plankbeenslag.

D37

Beenslag in streamline op de rug

De streamline vasthouden zonder te hoeven ademen, zodat alle aandacht naar de lijn en de beenslag gaat.

Op de rug, armen gestrekt boven het hoofd, handen op elkaar. Heupen en knieën blijven onder het wateroppervlak, de voeten maken net wat schuim. 25 m.

Let op: Komen de knieën boven water, dan trap je vanuit de knie. Kleiner trappen, vanuit de heup.

Kijk hier eerst naar

In de aanpakvolgorde staat hoofd te hoog hiervóór. Fouten worden niet op ernst gesorteerd maar op afhankelijkheid: zolang die er nog zit, landt het werk aan deze fout maar half.

Waar dit op steunt

Een atleet komt over de finish

Train je voor een triatlon?

Dan krijg je een schema dat terugtelt vanaf je wedstrijd en past in jouw week, ook rond je clubtrainingen. Twee minuten vragen beantwoorden en het staat klaar. Je eerste maand is gratis.