Triatleet op de tijdritfiets
OefeningenbibliotheekFietstechniek

Wat er op de fiets misgaat, en wat een afstelling is

14 fouten die een trainer werkelijk ziet, in de volgorde waarin je ze aanpakt, met per fout de oefeningen die hem corrigeren.

Hoe techniek bij fietsen werkt

Bij fietsen is een deel van wat een trainer ziet helemaal geen techniekfout maar een afstelling. Een zadel dat te laag staat corrigeer je niet met een oefening, en dan staat er hier ook geen oefening bij: er staat een doorverwijzing. Ronder leren trappen maakt je bovendien niet zuiniger, dus daar staat hier bewust niets voor.

Twee dingen sturen deze lijst. Ten eerste: de bruto-efficientie op de fiets neemt af naarmate de cadans stijgt, en de kracht-effectiviteit van de trapbeweging blijkt niet de oorzaak van die efficientie [B27]. Ronder leren trappen maakt je dus niet zuiniger, en daar staat hier geen oefening voor. Ten tweede: overbelastingsklachten aan de knie komen bij ongeveer de helft van de fietsers voor, en de zadelhoogte is daar de belangrijkste knop voor [B28].

Pak er hoogstens drie tegelijk aan. Een sporter die zeven aandachtspunten meekrijgt, onthoudt er nul. Drie is wat iemand in een training werkelijk kan vasthouden, en de rest komt aan de beurt zodra die drie zitten.

In de volgorde waarin je ze aanpakt

De 14 fouten

Niet op ernst gesorteerd maar op afhankelijkheid. Een gespannen zwemmer leert geen catch, en een loper met een wegzakkend bekken heeft niets aan loopscholing zolang zijn heup het niet houdt.

  1. 1

    Zadel te laag

    hoog

    De knie blijft in het onderste punt meer dan ongeveer 35 graden gebogen. Vaak met pijn aan de voorkant van de knie.

    Geen oefening: dit is geen techniekfout maar iets wat nagekeken moet worden.

  2. 2

    Zadel te hoog

    hoog

    De heupen wiegen zichtbaar heen en weer; de fietser reikt naar het onderste punt. Vaak met klachten aan de buitenzijde van de knie.

    Geen oefening: dit is geen techniekfout maar iets wat nagekeken moet worden.

  3. 3

    Schoenplaatje te ver naar voren

    hoog

    Klachten aan de voorkant van de knie of aan de achillespees, vaak samen met het gevoel op je tenen te fietsen.

    Geen oefening: dit is geen techniekfout maar iets wat nagekeken moet worden.

  4. 4

    Zadel te ver naar voren of achteren

    hoog

    Continu naar voren of naar achteren schuiven op het zadel, of klachten achter de knie of aan de hamstrings.

    Geen oefening: dit is geen techniekfout maar iets wat nagekeken moet worden.

  5. 5

    Knieen wijken naar binnen of buiten

    hoog

    Van voren gezien gaan de knieen niet recht op en neer maar naar binnen of naar buiten, vaak pas zodra het vermogen omhoog gaat.

    1 oefening: Kniebaan filmen

  6. 6

    Gespannen bovenlichaam

    midden

    Opgetrokken schouders, gestrekte ellebogen, witte knokkels op het stuur.

    2 oefeningen: Schouders los, Tijdrithouding vasthouden

  7. 7

    Nek opgetrokken in de aerohouding

    midden

    Het hoofd wordt ver achterover getrokken om vooruit te kunnen kijken; na een uur klaagt de fietser over zijn nek.

    2 oefeningen: Nek en blik in aerohouding, Tijdrithouding vasthouden

  8. 8

    Vast in één cadans

    midden

    De fietser trapt overal ongeveer even snel, ook bergop en bergaf, en schakelt weinig.

    2 oefeningen: Hoge cadans, licht verzet, Lage cadans, zwaar verzet

  9. 9

    Schakelt te laat

    midden

    De cadans stort in onderaan een klim of bij tegenwind; de fietser komt uit het zadel om het gat te overbruggen.

    2 oefeningen: Schakelen voor de helling, Cadansladder

  10. 10

    Stuiteren op het zadel

    midden

    Bij hogere cadans komt het bekken los van het zadel.

    2 oefeningen: Hoge cadans, licht verzet, Eenbenig trappen

  11. 11

    Loopt slecht van de fiets af

    hoog

    De eerste kilometer na het fietsen voelt onhandig; het tempo ligt ver onder het gewone looptempo.

    1 oefening: Wisseltraining fiets naar loop

  12. 12

    Kan de wedstrijdhouding niet volhouden

    midden

    De fietser komt binnen enkele minuten omhoog uit zijn aerohouding, of levert er zichtbaar vermogen in.

    1 oefening: Tijdrithouding vasthouden

  13. 13

    Onrustig staand fietsen

    laag

    De fiets slingert zichtbaar onder de fietser door zodra hij uit het zadel komt; de snelheid zakt op het moment van opstaan.

    1 oefening: Staand fietsen met ritme

  14. 14

    Remt in de bocht

    laag

    De fietser remt tijdens de bocht en moet er daarna weer uit versnellen.

    1 oefening: Bochten en remmen

De bibliotheek

12 oefeningen voor fietsen

Techniekblokken horen bij fietsen in een rustige rit, niet in een intervaltraining. Drie tot zes herhalingen van enkele minuten, met voldoende normaal fietsen ertussen om de uitvoering scherp te houden.

Cadans

Kracht en materiaal

Coördinatie

Houding op de fiets

Fietsbeheersing

Wedstrijdvaardigheden

Afstelling

Techniek bij de andere sporten:ZwemmenHardlopen
Een atleet komt over de finish

Welke drie fouten zitten er bij jou?

In je eigen plan kiest het systeem de aandachtspunten die bij jouw niveau passen, en zet de bijbehorende oefeningen in je trainingen. De eerste maand is gratis.